|
De Eerste Wereldoorlog zorgde
voor een diepe crisis bij de spoorweg-maatschappijen. De NCS ging
failliet en werd overgenomen door Staatsspoor. Maar ook zij -evenals-
de HSM kregen grote financiële problemen. Daardoor werden Staatsspoor
en de HSM in 1916 tot samen-werking gedwongen, Dit samenwerkingsverband
ging op 1 januari 1917 in onder de naam "Nederlandsche Spoorwegen"
en zou uiteindelijk in 1938 tot een definitieve fusie leiden. Tot
die tijd bleven de HSM en Staatsspoor nog onder hun eigen naam bestaan.
De weinige stations die in deze
jaren zijn gebouwd werden ontworpen door een nieuwe generatie spoorwegarchitecten.
S. van Ravesteyn en H.G.J. Schelling. Van Ravesteyn begon zijn loopbaan
bij Staatsspoor en na de fusie werd het zuiden van het land zijn
werkgebied. Aanvankelijk ontwierp hij goederen loodsen, watertorens
en seinhuizen. Zijn bekendste -èn enig overgebleven- seinhuis
is dat van Maastricht. De eerste stationsontwerpen van Van Ravesteyn
waren verbouwingen van de bestaande stations zoals Rotterdam DP
en Utrecht CS. Als Utrecht CS in 1938 door brand grotendeels verwoest
wordt, krijgt Van Ravesteyn de opdracht het station te herbouwen.
In feite is dit zijn eerste echte ontwerp, maar het zou voorlopig
ook zijn enige zijn. Pas na de Tweede Wereldoorlog zou Van Ravesteyn
nieuwe stationsgebouwen ontwerpen.
In tegenstelling tot Van Ravesteyn
heeft Schelling in de periode 1920-1940 wèl diverse stations
ontworpen. Schelling was vanaf 1916 werkzaam bij de HSM en ook hij
begon aanvankelijk met het ontwerpen van utiliteits-gebouwen. Hoewel
het werkgebied van Schelling na de fusieboven de grote rivieren
ligt, is zijn eerste stationsontwerp dat van Sittard, dat in 1929
in gebruik wordt genomen, en inmiddels allang weer verdwenen is.
Het eerste station van Schelling dat geopend wordt is Naarden-Bussum
dat welliswaar twee jaar ná Sittard werd ontworpen, maar
een jaar eerder gereed kwam.
|