Zo'n 200 jaar geleden vas Veendam
nog het centrum van de Groninger veenkoloniën. Het dorp is
feitelijk ook vanwege die vervening ontstaan, de naam zegt het eigenlijk
al. Veendam is dan ook een betrekkelijk jong dorp, ze bestaat nu
ruim 350 jaar. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkelt
Veendam zich steeds meer tot industrieplaats, waarin vooral de aardappelmeelindustrie
een prominente plaats inneemt. De turfwinning is dan allang op haar
retour, maar daardoor is er wel een stelsel van kanalen ontstaan.
Naast de industrie waren dan ook de koopvaardij en de scheepsindustrie
belangrijk in Veendam. Naar verluid had rond 1860 zo'n 10% van de
totale Nederlandse koopvaardijvloot Veendam als thuishaven. Naast
de landbouw en industrie was Veendam dus ook een belangrijke plaats
voor het transport van goederen geworden.
Opmerkelijk genoeg duurde het nog tot 1910 voordat er in Veendam
een spoorverbinding tot stand was gekomen. Wel kende het dorp sedert
1880 een (paarden)tramlijn, die van Zuidbroek -via Veendam en Wildervank-
naar Stadskanaal en verder naar Ter Apel liep. Deze tramverbindig
was met een lengte van bijna 50 kilometer ooit de langste paardentramlijn
van Europa en kon zowel voor reizigers- als voor het goederenvervoer
worden gebruikt. De komst van het spoor betekende uiteindelijk het
einde voor deze tram
De spoorwegverbinding Zuidbroek-Stadskanaal was één
van de laatste spoorlijnen die de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij
(NOLS) liet aanleggen. Veendam werd hiermee als één
van de laatste grotere plaatsen in het noorden van ons land op het
spoorwegnet aangesloten. Eigenlijk had de spoorlijn er al rond 1907
moeten liggen, maar door de vele onteigeningsprocedures -meer dan
90 (!) waren hiervoor nodig- kon men in dat jaar pas met de aanleg
ervan beginnen. Het zou dan ook nog tot de zomer van 1910 duren
voordat de eerste trein daadwerkelijk in Veendam reed.
Evenals de andere stations van de NOLS is ook het stationsgebouw
van Veendam een ontwerp van E. Cuypers. Het is één
van de twee stationsgebouwen van het type 1e klasse die deze maatschappij
liet bouwen, maar ondanks deze aanduiding oogt het gebouw kleiner
dan het stationsgebouw van het type 2e klasse in Ommen. Voor een
deel klopt dit ook, het hoge bouwdeel is aanzienlijk smaller. Daarentegen
waren de zijvleugels wel wat langer en is het gebouw wat breder
(of: dieper). Maar in Ommen werd in een later stadium één
van de zijvleugels een flink stuk verlengd, waardoor dit stationsgebouw
uiteindelijk toch het grootste van de NOLS werd.
Boven:
Het stationsgebouw van Veendam is onmiskenbaar een NOLS-station.
Toch zijn er ook wel grote verschillen. Vergelijk dit gebouw -dat
door de NOLS als 1e klasse stationsgebouw werd aangeduid- bijvoorbeeld
eens met het 2e klasse stationsgebouw van Ommen, of met die in
Dalfsen of Mariënberg (eveneens 2e klasse). Het opvallende
kunstwerk voor het stationsgebouw werd in 2008 geplaatst als afsluiting
van een reconstructie van het gebied. Met dit ca. 4,5 meter hoge
"Lichtobject" wilde kunstenaar Hans Rikken de hoogte
van Veendam aangeven voordat men begon met het afgraven van het
veen.
Onder:
Een kaartje van het centrum van Veendam, maar dan zo'n 100 jaar
geleden. Wat opvalt zijn de vele kanalen, kenmerkend voor een
verveningslandschap. Een aantal van deze kanalen zijn inmiddels
gedempt, waaronder het Beneden Oosterdiep (1a) en het Boven Westerdiep
(2b). Brede lanen werden ervoor in de plaats aangelegd, maar de
namen van de vroegere kanalen bleven overigens wel bewaard. Er
is inmiddels veel veranderd in Veendam, maar het opvallende Hertenkamp
( 9 ) is nog altijd een makkelijk herkenningspunt.
Onder:
Een bijzondere ansichtkaart van het station, kort na de opening
ervan. Duidelijk is te zien dat het oorspronkelijke station uit
meerdere gebouwen bestond. Links van het stationsgebouw staat
het zogenoemde nevengebouw, met daarin toiletten, een berging
cq magazijn en personeelsruimten. Aan de rechterkant staat de
goederenloods. Beide gebouwen zijn allang verdwenen. De goederenloods
werd aan het einde van de jaren zestig gesloopt, het nevengebouw
was vermoedelijk toen al verdwenen.
Onder:
Een kenmerkend plaatje voor de omgeving van Veendam, zoals dit
er ruim 100 jaar geleden uitzag. Dit is de Oosterdiep in Wildervank
(de J. Kammingastraat), even ten zuiden van Veendam. Scheepvaart
domineert hier nog, links op de voorgrond is een volgeladen turfschuit.
Aan de rechterkant van de kaart zijn tramrails in de weg te zien.
Dit was de vroegere tramverbinding Zuidbroek-Ter Apel, ooit de
langste paardentramlijn van Europa.
Onder:
De vroegere tramremise, met daar aangebouwd een koffiehuis, ter
hoogte van het Beneden Dwarsdiep in Veendam. Jarenlang was de
paardentram de enige railverbinding in Veendam. De komst van het
spoor betekende uiteindelijk het einde van de tram. De gebouwen
zijn ergens in de jaren twintig gesloopt, alleen de naam van een
fietspad, Remiselaan, herinnert hier nog aan...
Onder:
Een overzichtje van de diverse formaten 1e en 2e klasse NOLS-stations.
Het stationsgebouw van Veendam is van het type 1e klasse de
overigen zijn 2e klasse stationsgebouwen. Ook het ogenschijnlijk
een stuk grotere stationsgebouw van Ommen werd aangeduid als
een 2e klasse gebouw. Het stationsgebouw van Veendam is daarentegen
wat breder (of: dieper). Alle luchtfoto's zijn overigens vanaf
dezelfde hoogte genomen.
Onder:
Na 58 jaar is er weer een reguliere treindienst van en naar Veendam.
Sinds mei 2011 rijdt Arriva weer met passagierstreinen. Hiervoor
werd een nieuw perron aangelegd op het voormalige goederenterrein
en tussen Zuidbroek en Veendam werd zelf een tweede spoor aangelegd,
zodat het reizigers- en goederenvervoer kon worden gescheiden.
Tussen Groningen en Zuidbroek rijden nu vier treinen per uur.
Twee daarvan rijden verder richting Winschoten en Nieuweschans,
de andere twee gaan nu naar Veendam.