Home ] Terug naar periode 1945-1965 ]Vorige station ] Volgende station ] [ Volgende pagina ]
   

 

DEN HELDER

   
 
Afkorting: Hdr
Maatschappij: Nederlandsche Spoorwegen (NS)
Architect: G.J.. van der Grinten
Bouwjaar: 1958
 
   
   
   

Den Helder is één van de slechts zes kopstations die we momentheel nog in ons land hebben. Bij zo'n station staat het stationsgebouw op het einde van de kopsporen en het perron of perrons. Bij dit station wordt dit nog eens extra benadrukt door haar markante, zeskantige stationsgebouw met haar al even markante "wafelijzerdak".Station Den Helder wordt doorgaans aangeduid als eindpunt van de spoorlijn vanuit Alkmaar, maar strikt genomen klopt dit niet, Den Helder is juist het beginpunt. Vanuit hier begint de spoorlijn, hegeen nog altijd aan de kilometertelling te zien is.
Den Helder kreeg al in 1865 een spoorverbinding met Alkmaar, later doorgetrokken naar Amsterdam. Het eerste station stond niet op dezelfde plek als het huidige exemplaar maar was zo'n 350 meter noordelijker gesitueerd, nabij het oorlogsmonument aan de Prins Hendriklaan. Aanvankelijk droeg het de naam Nieuwendiep. Later werd dit simpelweg Helder, dus zonder "Den" ervoor. Rond 1930 kreeg het station haar huidige naam. Het stationsgebouw was van hetzelfde type dat ook in Alkmaar werd gebouwd; een standaardgebouw van de Staatsspoorwegen, type derde klasse. Een opvallend groot gebouw voor het toen nog kleine, maar snelgroeiende stadje aan het Marsdiep.
Den Helder dankt haar bekendheid uiteraard vooral aan de Koninklijke Marine, die hier nog altijd haar thuisbasis heeft. De stad kent een niet zo heel lange, maar wel zeer bewogen geschiedenis. Een geschiedenis waarbij de Marine in de afgelopen twee eeuwen steevast een zeer prominente rol speelde. Daarnaast is Den Helder ook een civiele havenstad, die vooral in de negentiende eeuw een belangrijke rol vervulde. De strategische ligging maakt de Marinestad echter ook kwetsbaar. Vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de stad het zeer zwaar te verduren. Den Helder werd tientallen keren gebombardeerd. Ook werd een groot deel van de stad ontruimd en afgebroken voor de aanleg van de Atlantikwall. Ook het station liep tijdens de Oorlog schade op, maar overleefde uiteindelijk het oorlogsgeweld. Toch werd tijdens de wederopbouw van de stad besloten om een nieuw station te bouwen, dit omdat het spoor al heel lang een hinderlijke barrière in de stad vormde. Daarom werd het spoortracé in de tweede helft van de jaren vijftig met enkele honderden meters ingekort en werd het nieuwe station een kopstation. Het kwam in 1958 gereed en werd gebouwd naar een ontwerp van ingenieur G.J. van der Grinten. Het station valt vooral op door de vele schuine hoeken. Niet alleen bij het stationsgebouw, maar ook op het perron, bij de -inmiddels al lang verdwenen- goederenloods en zelfs bij de terreinafscheiding zijn deze te vinden…
Anno 2018 bestaat het station zestig jaar en op het eerste gezicht lijkt het qua uiterlijk nauwelijks veranderd te zijn. Zelfs het -inmiddels iets te riante- emplacement is in grote lijnen nog hetzelfde. Toch zijn er wel degelijk de nodige aanpassingen geweest. Zo is de loketfunctie inmiddels verdwenen. Het interieur - dat nog niet eens zo heel lang geleden een compleet afgeleefde indruk maakte- is veranderd in een klein winkel- en horecagalerijtje. De markante goederenloods is al lang geleden gesloopt, wellicht vanwege de aanleg van het busstation. Daarbij is een prominente plek gereserveerd voor de bus naar Texel, die letterlijk pal naast het station haar vertrekpunt heeft. Het stationsgebied is inmiddels meerdere keren gereconstrueerd. Wat altijd gebleven is ,is de te grote open ruimte waarin het station staat. Zonder die markante klokkentoren zou het station zelfs helemaal niet opvallen…


 

 


Boven: Station Den Helder, met haar markante zesvormige stationsgebouw en daarnaast een al even markante klokkentoren. De puntige voorgevel is zowel sober als somber, afgezien van de ingangspartij bestaat deze bijna uitsluitend uit baksteen. De klokkentoren is in feite een forse schoorsteen met daarop een paar uurwerken.
 
 
Onder: De stationshal is vandaag de dag in feite een rechte gang tussen de ingang en het perron, met aan weerszijden wat winkeltjes. Het maakt een wat rommelige indruk. Dit wordt niet in de laatste plaats veroorzaakt door de toegangspoortjes, die hier al sinds de zomer van 2014 staan. De ruimte oogt wat donker (donkerder dan het op de foto lijkt…), toch zorgen het bijzondere dak met de vele ronde daklichten ontegenzeggelijk voor een aparte sfeer...
.
 
 
 
Onder: Het perron langs spoor 1 wordt in de dagelijkse praktijk niet meer gebruikt, daarvoor is het te laag en is bovendien is het perron slechts 50 meter lang. Opvallend genoeg heeft het wel een eigen CTA-scherm. Oorspronkelijk was dit een zogenoemd fietsperron. Hier werden in de zomermaanden alle fietsen verzameld die met de trein moesten worden vervoerd. Let ook op de "zaagvorm" van de gemetselde wand aan de achterkant van het perron.
.
Onder: Op datzelfde eerste perron staat dit wat merkwaardige, tweelaags bouwwerkje. Op het eerste gezicht lijkt het een seinpost te zijn, maar dat is het absoluut nooit geweest. Op de bovenste verdieping was een personeelsverblijf en die is er -voor zover ik weet- nog altijd. Daaronder scheen ooit de bedrijfsbrandweer te hebben gezeten. De bovenverdieping steekt trouwens wat naar voren uit, maar dat is op deze foto niet te zien...
.
   
   
Onder: Het perron, gezien in de richting van het stationsgebouw. Dit perron heeft een lengte van ongeveer 280 meter, voor een hedendaags intercitystation is dit niet bijzonder lang. Voor een groot deel is het overdekt. De perronoverkapping doet qua vorm sterk denken aan dat van station Hoorn, die trouwens ongeveer gelijktijdig met dit exemplaar werd gebouwd...
.
Onder: Het station heeft een relatief fors emplacement, met niet minder dan tien kopsporen. De sporen 2 en 3 worden voor de dagelijkse reizigersdienst gebruikt, de sporen 1, 4 en 5 met enige regelmaat als "parkeersporen". De sporen bij het vroegere laad/losperron (waarvan nog net een deel is te zien) worden -voor zover ik weet- niet of nauwelijks meer gebruikt. Het goederenvervoer is hier al lang verleden tijd...
.
 
 
Onder: Pal voor het stationsgebouw stond dit kleine beeldengroepje met twee zeeleeuwen, gemaakt door K. Pelgrom. Oorspronkelijk was het een fontein, maar deze werkt al heel lang niet meer. Inmiddels is het kunstwerk, dat al sinds 1960 op deze plek had gestaan, verplaatst. Vanwege de herinrichting van zowel de Beatrixstraat als het plein voor het station was hier geen plek meer. Sinds kort is zijn de zeeleeuwen nabij de aanlegplaats van de veerboot naar Texel te vinden...
.
Onder: Een blik vanaf de Beatrixstraat op het stationsgebouw, met rechts nóg een kunstwerk dat inmiddels is verplaatst. Het bronzen beeld "de Jutter" werd gemaakt door K. Doolaard en stond sinds 1995 nabij de splitsing Middenweg / Beatrixstraat. Evenals de "Zeeleeuwen" (die de vorige foto) moest het verdwijnen vanwege een reconstructie van het gebied. De Jutter (wat trouwens ook een bijnaam voor een inwoner uit Den Helder is) staat sinds kort in het Stadspark.
.
 
 
Onder: Wie aan Den Helder denkt, denkt bijna automatisch ook meteen aan onze Koninklijke Marine. Al lijkt deze tegenwoordig wat minder prominent in de stad aanwezig te zijn dan vroeger het geval was. Maar voor diegenen die vanuit Texel met de veerboot het Marsdiep oversteekt blijft de Marine ook nu nog de eerste kennismaking met het Nederlandse vasteland…
.

 

Volgende pagina ]

 

  Free counter and web stats versie: 6-11-2018