ANNA
PAULOWNA,BUNDE,
ETTEN-LEUR, DEURNE,
GELEEN OOST, HEERHUGOWAARD,NIJVERDAL,
ROTTERDAM
WILGENPLAS, SCHAGEN EN WIERDEN
Maatschappij: Nederlands(ch)e Spoorwegen
(NS)
Bouwjaar:
1964 (Bunde, Geleen Oost)
1968 (Schagen)
1965 (Wierden, Etten-Leur en Rotterdam
Wilgenplas)
1971 (Anna Paulowna en Nijverdal)
1967 (Heerhugowaard)
1976 (Deurne)
Architect :
C. Douma
Gesloopt:
Bunde (2006) en Geleen Oost (2006)
Deze serie van tien stations werden vanaf
het midden van de jaren zestig gebouwd. De eerste drie stations,
Bunde, Geleen Oost en Wierden zijn op straatniveau gebouwd, de overige
zeven zijn van het zogenaamde "plint-type". Dit houdt
in dat de vloer van het stationsgebouw even hoog is als het perron.
De eerste vier gebouwde stations (Bunde, Geleen Oost, Wierden en
Etten-Leur) hebben een bakstenen schijf waarop een lokale kunstenaar
een kunstwerk kon laten plaatsen. In Wierden is dit bijvoorbeeld
een ijzeren treinwiel op een rail geworden en in Etten-Leur is de
muur in reliëf gebouwd met daarin een grote klok met neon-verlichting.
Rotterdam Wilgenplas is als enige van dit tiental als nieuw station
geopend. Het stationsgebouw is ook een stuk kleiner dan de overige
stations. Etten-Leur werd in 1965 heropend met een nieuw stationsgebouw.
Heerhugowaard is tegenwoordig niet meer als station, maar als perronwachtkamer
in gebruik. In 1989 werd namelijk een nieuw stationsgebouw aan het
perron aan de overzijde in gebruik genomen, omdat de plaats in de
andere richting gegroeid was en het stationsgebouw "aan de
verkeerde kant" stond. Schagen was de grootste van het tiental.
Na 1970 werden nog drie "plintstations" gebouwd, namelijk
in Anna Paulowna, Nijverdal en Deurne. Daarna werd er drastisch
op de bouw-materialen bezuinigd, en werd een nieuw, eenvoudiger
type standaardstation ontworpen.