Alhoewel
het stationscomplex tijdens de Tweede Wereldoorlog diverse keren doelwit
was geweest, was het toch redelijk ongeschonden de oorlogsjaren doorgekomen.
Maar tijdens de bevrijding van Zuid-Nederland, september 1944, ging
het alsnog mis. In de tweede helft van die maand kreeg het complex
meerdere bombardementen en beschietingen te verduren. Op 14 september
1944 raakte het stationsgebouw door een bombardement zwaar beschadigd.
Drie dagen later werd de linkervleugel van het stationsgebouw (de
afdeling Invoerrechten en Accijnzen) verwoest, opnieuw door een bombardement.
Op 24 september van datzelfde jaar stortte de stationshal in, nadat
er in het stationsgebouw explosies hadden plaatsgevonden. En alsof
dit niet genoeg was brak er korte tijd later brand uit, waarbij wederom
een groot deel van het stationsgebouw beschadigd raakte.
Na de bevrijding van Zuid-Nederland kon in Roosendaal de trieste balans
worden opgemaakt. 150 mensen, het merendeel Duitse en Britse militairen,
lieten het leven tijdens de bevrijdingsacties. Een groot deel van
het centrum van Roosendaal lag in puin. Ook het station had zware
schade opgelopen. Van het accijnslokaal, de stationshal en een groot
deel van de bagage-afdeling was weinig tot niets meer over. Ook werden
één van de perrongebouwen, een seinhuis, de elektriciteitscentrale,
en het gebouw waarin zich het waterreservoir bevond met de grond gelijk
gemaakt.
Kort na de Tweede wereldoorlog werden de delen van het station die
niet meer voor herstel in aanmerking kwamen gesloopt. Ook de ingang
van het station verdween hierbij. Men vraag zich tegenwoordig (terecht)
af of dit wel nodig was geweest. De stationshal was weliswaar ingestort,
maar de voorgevel stond nog overeind. Maar aan de andere kant was
er simpelweg te weinig geld en bouwmaterialen, en moest men herstellen
en bouwen met de middelen die men op dat moment had.
De herbouw van het stationsgebouw liet zich echter nog enkele jaren
op zich wachten. Het herstel van de spoorbanen en het treinverkeer
had in die jaren immers voorrang.
Boven: Het zwaar beschadigde stationsgebouw.
De bagage-afdeling naast de hoofd-
ingang is compleet verwoest. De hoofdingang en de stationshal hadden
ogenschijnlijk
nog hersteld kunnen worden, maar dit is nooit gebeurt.
Onder:
Ook het eilandperron heeft het flink te verduren gehad. De perron
en de overkapping raakten op diverse plaatsen flink beschadigd
maar konden wel worden hersteld. Eén van de perrongebouwen
overleefde de oorlog niet en moest worden herbouwd.
Het seinhuis op de achtergrond overleefde de oorlog op miraculeuze
wijze en is ook nu nog op het emplacement te bewonderen...
Onder:
De oorlogsschade aan de perronzijde van het stationsgebouw. Op de
plaats
waar de hoge stationshal heeft gestaan, gaapt nu een groot gat.
De hoge gevels van
de vroegere hal keerden nooit meer terug...
Onder:
Na de Tweede Wereldoorlog werd een monument opgericht voor de om-
gekomen spoormensen. In de zuil is een plaquette aangebracht met
daarop hun namen.
Op de zuil staat een beeld van J. Uiterwaal. Rechts van het monument
staat het eind-
gebouw, één van de delen van het stationsgebouw dat
bewaard is gebleven.