|
|
|
Het oorspronkelijke statiom -2-
“Zien en gezien worden” werd vanaf het midden van de jaren tachtig het credo bij het ontwerpen van nieuwe stations. Sociale veiligheid en overzichtelijkheid werden steeds belangrijker thema’s. Maar ook vormgeving kreeg een veel prominentere rol. Bij station Lelystad Centrum kwamen die twee aspecten (sociale veiligheid en overzichtelijkheid) op een overtuigede manier samen, ondanks het feit dat de basis van dit station een betonvlak is. Het toverwoord: glas. Heel veel glas...
Dat glas zit uiteraard vooral in de 143 meter lange overkapping, het meest markante deel van het station. Voor het eerst ontwierp architect Kilsdonk een overkapping met vrijwel geheel gesloten zijwanden. Daardoor is de beschutting aanzienlijk beter dan bij de eerdere, door Kilsdonk ontworpen stations. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de oriëntatie van dit station (de rails lopen hier van noord naar zuid) veel gunstiger is dan bij het Almeerse Centrumstation, die de grote openingen aan de zuidwest- en noordoostzijde hebben. De wind heeft daar veel meer vrij spel.
Voor de constructie van de overkapping kreeg architect Kilsdonk assistentie van ingenieur L.J. Vakár, die eerder al betrokken was geweest bij de bouw van station Almere Centrum. Het roodgelakte MERO-spaceframe, dat intussen een soort handelsmerk van Kilsdonk was geworden, vormt ook nu weer de basis van de overkapping. Maar anders dan bij de eerdere stations met een dergelijke constructie -waar de kolommen zoveel mogelijk aan de zijkanten staan voor een optimaal ruimtelijk effect- rust de Lelystadse overkapping op meerdere centrale steunpunten. De meest centrale is de liftschacht. Die heeft weliswaar geen dragende functie, maar zorgt er wel voor dat de overkapping op haar plek blijft liggen. De vier dragende steunpunten kregen een wel heel bijzondere vormgeving, die nog het meest op enorme vlinderstrikken lijken. Dit maakt dat station Lelystad Centrum uit duizenden herkenbaar is. Datzelfde geldt ook voor de opvallende verhoging, die over de volle lengte in het midden van de overkapping is gemaakt. Ook hier zijn de zijwanden van (ondoorzichtbaar) glas, hetgeen nog wat extra daglicht oplevert.
DDe grote glazen zijgevels bestaan uit een blauwgekleurd raamwerk, waarin de glazen panelen zijn gemonteerd. Ook deze panelen hebben een blauwe gloed, dit is tevens een zonwerende laag. Aan de centrumzijde rust de gevel op een deltaligger. Deze groene vakwerkconstructie rust op haar beurt op vier rode kolommen. De westelijke gevel was oorspronkelijk -middels een lange stalen ligger- op het viaduct gemonteerd. Op twee punten verspringen de beide glaswanden wat naar buiten. Daar zijn de op forse blauwgekleurde roosters geplaatst. Die roosters zorgen ervoor dat de rijwind, afkomstig van de treinen, naar buiten wordt geblazen. Opvallend aan de centrumzijde is dat één van de naar voren springende delen aanzienlijk verder doorloopt, tussen het restaurant en het vroegere buskantoor, reikt de overkapping zelfs tot aan de grond. Naast de glazen overkapping, de glazen toegangsgevels en het glazen restaurant zijn ook de panelen langs de bordessen, het wachthokje op het perron en de overdekte trap naar de zijuitgang van glas. Ook dit werd gedaan om het station zo overzichtelijk mogelijk te maken. Des te opmerkelijker is het dan ook dat de genoemde zijuitgang juist een zeer onoverzichtelijke trap heeft, en bovendien op een drukke dreef uitkomt. De plek werd dan ook berucht, en is dientengevolge sinds enige jaren afgesloten.
Blauw en rood zijn de kleuren die nadrukkelijk in het station aanwezig zijn. Maar er zijn ook groene accenten. Genoemd is al de opengewerkte deltaligger. Onder de overkapping en in het gebouw zijn talloze groene lichtarmaturen, die zo een duidelijke tegenhanger zijn voor het overheersende rood en blauw. Datzelfde geldt ook voor de vloer en de delen die betegeld zijn. Deze hebben overwegend zachtere tinten, of zijn grijs.
|
Boven: Een blik op het perron, toen het station nog maar kort in gebruik was. In die tijd reed slechts tweemaal per uur een stoptrein naar Amsterdam Centraal, station Diemen werd daarbij steevast overgeslagen. De dia toont het perron langs het toenmalige spoor 2, tegenwoordig is dit spoor 3. Duidelijk is te zien dat de schuine wand van de overkapping op een lange, stalen ligger is gemonteerd, die op haar beurt op het viaduct rust. Kilsdonk koos hier nadrukkelijk voor een eenvoudiger constructie, dit met het oog op de latere uitbreiding van het station.
Onder: De basis van de Lelystadse overkapping bestaat uit een zogenoemd MERO-spaceframe. Dit systeem met bollen en buizen werd bedacht door de Duitser Mengeringhausen de afkorting MERO staat dan ook voor MEngeringhausen ROhrbauweise. In 1975 werd dit systeem voor het eerst toegepast bij een Nederlands station. Het inmiddels gesloopte station van Breda had destijds de primeur. Na station Lelystad Centrum zou het MERO-systeem nog maar één keer voor een station worden gebruikt; bij de uitbreiding van station Lelystad Centrum...
|
|
|
|
|
Onder: Het meest markante kenmerk van dit station vormen de “vlinderstrikken”, waarop de overkapping rust. Oorspronkelijk had het station er vier, tegenwoordig zijn het er acht. Ook hier vallen de kleurrijke details direct op, zoals de halfronde blauwe opleggingen, tussen het spaceframe en de vlinderstrik. Merk ook op dat die strikken middels forse scharnieren aan het beton is gemonteerd.
|
Onder: Stationsliften zijn noodzakelijke objecten. Maar vaak zijn het onooglijke dissonanten, vooral als ze naderhand zijn ingebouwd. Dat het ook anders kan bewijst dit station, waar de lift in dezelfde betegeling en kleurrijke details een onlosmakelijk deel van het station is. Letterlijk, want ze houdt ook de overkapping op haar plaats. Die constructie is trouwens voor de verandering groen en wit gekleurd.
|
|
|
|
|
Onder: De overkapping in haar oorspronkelijke vorm. Deze configuratie was -naar mijn mening- veel overtuigender, het was in feite een moderne interpretatie van de klassieke boogkap. Dat beeld wordt versterkt door de verhoogde lichtstraat. Het glazen hokje op de voorgrond is trouwens geen wachtruimte, maar de -sinds maart 2023 hermetisch afgesloten- overdekte trap naar de zij-uitgang.
|
Onder: Aan de centrumzijde loopt de overkapping deels door tot op straatniveau. Op die manier kon men redelijk beschut naar het verkooppunt van de busmaatschappij lopen, die links van het restaurant zat. Overigens is alleen het linker, naar voren springende deel aan de centrumzijde tot aan de grond verlengd. Had ik trouwens al opgemerkt dat het plein voor het station wordt heringericht?
|
|
|
|
|
Onder: Aan de noordzijde van het perron staat een perrongebouwtje dat niet van glas is. Sterker, er zitten zelfs geen vensters in. Het fraai betegelde bouwwerkje is dan ook niet toegankelijk voor het publiek, al zijn er wel twee verkoopautomaten in de kopgevel te vinden...
|
Onder: Ook als het buiten donker is, is het station een oase van licht. Vooral de stationshal baadt in het kunstlicht, maar ook de perrons zijn veel lichter dan deze foto doet vermoeden. Dat heb ik overigens bewust gedaan, zodat de bijzondere lichtarmaturen in het trapgat goed tot haar recht komen…
|
|
|
|
|
versie:
26-02-2026
|