Home ] [ Terug naar de eerste pagina ] [ Volgende pagina ]
   
 
LELYSTAD CENTRUM

 

Lelygat, Lelijkstad, enz., enz., enz...

   
   
   

“Een bus met 61 Japanse toeristen is donderdag jl. in Lelystad beland. De politie doet nog onderzoek naar dit drama. Volgens de burgemeester maken de slachtoffers het naar omstandigheden goed. Het is vooralsnog een raadsel hoe de bus in Lelystad terecht kon komen”

Aldus een bericht uit 2014 van de satirische nieuwssite “De Spelt”. En het schetst precies het beeld wat men over het algemeen van Lelystad heeft, lelijk, sfeerloos, niets te doen en -bovenal- een doolhof. Wie hier namelijk voor het eerst komt en in één van de woonwijken moet zijn raakt waarschijnlijk compleet verstrikt in een woud van straat- en huisnummers. Lelystad heeft helaas een serieus imagoprobleem. De stad had ooit het kroonjuweel van de Zuiderzeewerken moeten zijn, maar verviel in de jaren tachtig van de vorige eeuw in criminaliteit, een teruglopende bevolking en hardnekkige leegstand. En van dat imago is Lelystad nooit meer afgekomen. Het boek van oud-stadsgenoot Joris van Casteren hielp niet bepaald om dat beeld te verbeteren. Gelukkig deden de Van Rossems in 2022 een dappere poging dit wél te doen. Lelystad had ooit de primeur om de allereerste stad te zijn dat volledig op de tekentafel werd ontworpen. En eerlijk is eerlijk, dáár is het eigenlijk al misgegaan...
Wie denkt dat de geschiedenis van Lelystad tot 1967 teruggaat vergist zich. Al in de prehistorie werd de omgeving van Lelystad bewoond, de Zuiderzee bestond toen immers nog niet. Opgravingen bij Swifterbant, een dorp dat zo’n 12 kilometer ten noordoosten van Lelystad, legden een meer dan 5000 jaar oude nederzetting bloot. Maar de feitelijke geschiedenis van wat uiteindelijk Lelystad zou worden begint in de nacht van 13 op 14 januari 1916, toen een zeer zware noordwesterstorm over ons land trok en grote gebieden onder water zette, met name langs de zuidelijke rand van de Zuiderzee. Maar ook ten noorden van Amsterdam kwam het water angstaanjagend hoog te staan. Het aantal slachtoffers viel relatief mee, zeker vergeleken met de latere watersnoodramp van 1953. Er is echter wel een parallel te trekken; ook na de ramp van 1916 besliste de toenmalige regering dat het zo niet verder kon en er maatregelen genomen moesten worden. De toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat -een zekere C. Lely- had al in 1891 een plan bedacht om de Zuiderzee middels een dam af te sluiten van de Noordzee. Ook moest de Zuiderzee gedeeltelijk worden drooggelegd. Na de ramp van 1916 werkte Lely dit oude plan verder uit en in 1918 werd het als “Zuiderzeewet” door de Staten Generaal aangenomen. Nadat in 1927 bij het Noord-Hollandse Andijk een proefpolder was gemaakt, kon in 1932 de Afsluitdijk worden voltooid. Lely maakte het afsluiten van de Zuiderzee niet meer mee, hij overleed in 1929.
IIn het najaar van 1949 werd begonnen aan wat uiteindelijk het grootste project zou worden, het inpolderen van de Flevopolder. Dit werk was zo omvangrijk dat besloten werd de polder in twee delen aan te leggen, waarbij Oostelijk Flevoland als eerste werd drooggelegd. De werkzaamheden begonnen met het aanleggen van een werkeiland (Perceel P) en de bouw van een circa 23 kilometer lange dijk die dat eiland met Harderwijk verbond. Op dit werkeiland werden dienstwoningen, een kantine, een gemaal en zelfs een hotel gebouwd. De allereerste bebouwing van Lelystad was een feit. Nadat in 1957 de polder was droogvallen en in de daaropvolgende jaren bouwrijp werd gemaakt, kwamen de plannen voor een hoofdplaats voor het gehele inpolderingsgebied. En daar begonnen eigenlijk al de problemen. Want zelfs over de naam van die nieuwe nederzetting was al onenigheid geweest. Aanvankelijk was het namelijk de bedoeling dat die nieuwe stad “Flevostad” zou gaan heten, maar al tijdens de bouw van de dienstwoningen op Perceel P werd dit gewijzigd in Lelystad. Dit was de uitkomst van een lobby, om zo de grote man achter de Zuiderzeewerken blijvend te herdenken. En terecht.
In de loop van de jaren zestig krijgt de nieuwe stad vorm op de tekentafel. Niemand minder dan de wereldberoemde architect en stedenbouwkundige C. van Eesteren (bekend van het Amsterdamse Algemeen Uitbreidings Plan) werd hiervoor benaderd, maar al in deze fase kreeg hij te maken met de ingenieurs van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP), de instantie die was belast met de inrichting van het poldergebied. Van Eesteren bedacht een stad aan de oever van het IJsselmeer. Het moest een monumentale stad worden, met gescheiden verkeersstromen én met een strikte scheiding tussen wonen, werken en winkelen. De RIJP had helaas een andere visie. Zij bepaalden uiteindelijk dat de eerste woonbuurten enkele kilometers landinwaarts werden gebouwd. Of zoals één van de hoofdingenieurs het zou verwoorden: “Lelystad wordt om in te wonen, niet om naar te kijken”. Het plan van Van Eesteren werd dan ook afgekeurd. De gescheiden functies, die Van Eesteren voorstelde, werden wel overgenomen. Datzelfde gold ook voor de aparte verkeersstromen, de tientallen fietsbruggen over de hoofdverkeerswegen werden hét handelsmerk van Lelystad.
Aanvankelijk groeide de stad zeer snel. Al na vijftien jaar had Lelystad 50.000 inwoners, deze mijlpaal werd in 1982 groots gevierd. Vier jaar later was het weer feest, op 1 januari 1986 was Lelystad hoofdstad geworden van de kersverse provincie Flevoland. Maar op dat moment was de stad reeds in een periode van achteruitgang beland. Het stichten van Almere was hier de belangrijkste oorzaak van. Pas aan het einde van de twintigste eeuw keerde het tij weer enigszins, momenteel telt de stad ruim 85.000 inwoners...

Bron:SERC

Boven: Een -zeker in Lelystad- bekende foto van het (onofficiële) eerste plaatsnaambord. De foto dateert uit 1965, de tijd waarin het bouwrijp maken van de eerste woonbuurten begint. Over de plaats waar deze moest komen was veel te doen geweest. Uit kostenoverwegingen werd besloten deze landinwaarts te bouwen, in plaats van aan de kust te beginnen. Een gemiste kans, die pas in de afgelopen twintig jaar (enigszins) is rechtgezet. In die eerste jaren was het echt pionieren in Lelystad. De polder was nog een kale vlakte, winkels waren er amper en de A6 en de Flevolijn moesten nog worden aangelegd...

Onder: De aanleg van de polder Oostelijk Flevoland begon met de bouw van een werkeiland. Van daar uit werd een 90 kilometer lange ringdijk gebouwd, zoals op deze ansichtkaart uit het midden van de jaren vijftig is te zien. De ringdijk kwam op 13 september 1956 gereed, ruim negen maanden later viel Oostelijk Flevoland droog.

(Ansichtkaart, collectie M. Zevenbergen)
 
 
 

Onder: Het Werkeiland, vroeger ook wel “Perceel P”genoemd, is het oudste deel van Lelystad. Het bestaat uit enkele houten woningen en stenen huizenblokken. Die laatsten werden tussen 1952 en 1953 gebouwd, de houten huizen zijn iets jonger. Het straatbeeld bleef heel lang ongeroerd, op deze foto uit 1997 zijn zelfs de originele lantaarnpalen uit de jaren vijftig nog aanwezig. Inmiddels zijn deze vervangen door modernere exemplaren. Begrijpelijk, maar wel zonde. Het Werkeiland is overigens als geheel een gemeentelijk monument.

Onder: In de nazomer van 1967 kwamen de eerste woningen van Lelystad gereed. Deze foto toont zo’n typisch Lelystads huizenblok uit die tijd, vermoedelijk aan de Steile Bank. De woningen hebben zowel een tuin als een dakterras, vanwege de vorm worden ze ook wel ”pianohuizen” genoemd. De woningen zijn ruim, maar bijzonder gehorig. Ook waren ze aanvankelijk maar matig geïsoleerd. Aangezien ik in zo’n type huis ( een iets modernere versie, in de Atolwijk) ben opgegroeid, kan ik erover meepraten...

 
 

Onder: Gemaal Wortman behoort tot de oudste gebouwen van Lelystad, ze werd in 1956 in gebruik genomen. Het is één van de drie gemalen die werden gebruikt om Oostelijk Flevoland in te polderen. Tegenwoordig doet ze voornamelijk dienst bij langdurige en/of hevige regenval. Het gebouw, vernoemd naar de voormalige inspecteur-generaal van Rijkswaterstaat én voormalig directeur van de Dienst der Zuiderzeewerken ingenieur H. Wortman, werd ontworpen door architect D. Roosenburg. Aan de buitenzijde zijn fraaie reliëfs van de hand van beeldhouwer P. Gregoire te bewonderen (foto linksonder), in het interieur prijkt een grote wandschildering (foto rechtsonder), gemaakt door H. van Norden. Het gemaal is nog vrijwel geheel in authentieke staat, zelfs drie van de vier Stork-Hesselman dieselmotoren zijn nog de originele motoren uit 1956. Die vierde motor werd overigens rond 1960 ingebouwd, en is dus feitelijk óók nog origineel. Het is daarom onbegrijpelijk dat het gemaal (nog) geen rijksmonument is...

 
 

Onder: Het vroegere restaurant “De Meerkoet”, in het Stadspark”, was meer dan dertig jaar lang een begrip in Lelystad, én daarbuiten. Al in de zomer van 1967 opende dit restaurant haar deuren, dus nog voordat de eerste “officiële” inwoners arriveerden. Het was in die tijd de enige uitgaansgelegenheid van de nieuwe stad, heel wat Lelystadse bruidsparen hebben hier hun huwelijksfeest gevierd. Op deze foto uit 1997 waren de hoogtijdagen van het restaurant al lang verleden tijd, niet veel later sloot het voorgoed haar deuren en werd het gebouw gesloopt. Op deze plek staat tegenwoordig het appartementencomplex “Residence de Meerkoet”.

 
 
Volgende pagina ]

  Free counter and web stats versie: 22-01-2026