Aan
het begin van de twintigste eeuw is Hoorn uitgegroeid tot een regionaal
vervoersknooppunt. Naast de spoorwegverbindingen met Alkmaar, Amsterdam,
Enkhuizen en Medemblik, zijn er ook tramverbindingen met Schagen en
Enkhuizen. Later komt daar nog een tramverbinding met Bovenkarspel
(via Venhuizen) bij.
Aan het eind van de jaren twintig wordt op het emplacement een tweede
locomotievenloods gebouwd.
Deze loods was bedoeld voor het onderhoud van de nieuwe dieseltreinen
(type oMC's -ook wel "Ome Keesjes" genoemd-), die vanaf
het begin van de jaren dertig op het traject Hoorn-Medemblik zouden
gaan rijden. Dit bleek echter geen groot succes. Al snel werden ze
verbannen naar de diverse tramlijnen in de regio, waaronder op het
traject naar Venhuizen. Ook daar hebben ze niet lang gereden, want
vanaf 1935 werden de tramlijnen opgeheven en vervangen door busdiensten.
Op de laatste dag van datzelfde jaar werd ook het reizigersvervoer
naar Medemblik gestaakt. De loods bleef bewaard. Het is (al sinds
1968!) in gebruik bij de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik (SHM).
De oudste locomotievenloods werd, na het opheffen van het depot Hoorn
in de jaren dertig, nog enige tijd gebruikt als busremise. In 1954
werd de voormalige locomotievenloods gesloopt en vervangen door een
nieuwe remise, die er heden ten dage nog staat.
Van der Gaast ontwierp ook de luchtbrug, zie aan het begin van de
jaren zeventig werd gebouwd.
Vanaf de jaren vijftig werd Hoorn weer een dieselbolwerk, waarbij
vooral de legendarische (én beruchte) DE-5 dieseltreinen de
dienst uitmaakten. In 1955 werd een nieuw eilandperron aangelegd.
Op dit perron kwam een, door K. van der Gaast ontworpen, overkapping.
Als Hoorn in 1966 wordt aangewezen als overloopplaats voor inwoners
uit Amsterdam, begint een explosieve groei van de stad. Ook het reizigersvervoer
maakt een enorme groei door. In 1974 worden de lijnen Zaandam-Enkhuizen
en Heerhugowaard-Hoorn geëlektrificeerd. Een paar jaar eerder
was men al begonnen om het spoor Zaandam-Hoorn in fasen te verdubbelen.
Deze uitbreiding wordt in 1993 voltooid als het emplacement wordt
heringericht en het laatste gedeelte (Hoorn-Hoorn Kersenboogerd) van
dubbel spoor is voor zien. De baanvakken Hoorn-Alkmaar en Hoorn-Enkhuizen
(vanaf Hoorn Kersenboogerd) zijn overigens nog steeds enkelsporig.
Het hoogtepunt van deze werkzaamheden vormden toch wel de uitgebreide
renovatie (en restauratie) van het stationsgebouw, waarmee men aan
het einde van de jaren tachtig begon
Boven: Het stationsgebouw aan het begin van
de jaren tachtig.
Onder: Een historisch plaatje uit 1969. Vanwege
de Hoornse Markt werd die dag extra materieel ingezet. Niet minder
dan twee DE-5 treinstellen en een DE-3 (plan U) staan langs de perrons,
en één DE-5 staat op reserve. De bovenleiding zo pas
vijf jaar later een feit zijn. Het blijft toch wel jammer dat er
van de DE-5 treinstellen helemaal niets is overgebleven.
Foto: L.J. Stortenbeker
Boven: Deze loods werd rond 1929 gebouwd voor
het onderhoud van het dieselmaterieel, dat vanaf het begin van de
jaren dertig hier zou gaan rijden. Lang heeft dit niet geduurd,
want in 1938 werd de het depot opgeheven. Al sinds 1968 biedt het
onderdak aan het rijdend materieel van de Museumstoomtram
Hoorn-Medemblik.